2.1 Een gezamenlijke werkwijze

Richtinggevende vragen
  • Hoe bouwen we gezamenlijk?
  • Hoe stemmen we werkwijzen goed op elkaar af?
  • Is de werkwijze nog voor iedereen te begrijpen/hanteerbaar? Is er sprake van menselijke maat?
  • Hoe spreek je energie aan? Hoe bindt je energieke en inspirerende personen?
  • Is ieders aandeel in de realisatie helder? Wie levert welke bijdrage?
Lessen in termen van stimulansen en obstakels
  • Actief zoeken en vinden van win-win situaties waardoor coproductie mogelijk is. Door duurzaamheid onderdeel te maken van een initiatief ontstaat bijvoorbeeld een win-win situatie met andere partijen die daar belang bij hebben en hun doelen (deels) kunnen realiseren via jouw initiatief.
  • Een professionele werkwijze zoals het maken van verslagen van bijeenkomsten en vastleggen van afspraken.
  • Korte lijnen en contact van mens tot mens waarbij bijvoorbeeld ambtenaren van de gemeente ook snel reageren via e-mail en WhatsApp en niet alleen formeel via brieven.
  • Zorg voor voldoende organisatievermogen. Het realiseren van burgerinitiatieven vraagt vaak kennis, ervaring, competenties en expertise. Vaak zijn deze niet op voorhand aanwezig en moeten deze gaandeweg aangetrokken of ontwikkeld worden.
  • Vaak is er onvoldoende tijd en ruimte voor tussentijdse reflectie en evaluatie.
Tips
Aan initiatiefnemers:

  • Zoek naar ‘dragende partners’. Die leveren een bijdragen op basis van toegevoegde waarde.
  • Iedereen die meerwaarde heeft doet mee. Discussie en beschouwen aan de zijlijn is ongewenst.
  • Werk samen vanuit een open houding van geven en nemen en elkaar iets gunnen.
  • Benut talenten en competenties van mensen goed. Boor drijfveren van mensen aan om bij te dragen aan een initiatief. Breng mensen in stelling zodat zij zich maximaal kunnen ontplooien als bijdrage aan het initiatief.
  • Voorkom kwetsbaarheid (1-pitters) door activiteiten op te pakken met meerdere personen.
  • Legt teamleden of samenwerkingspartners de volgende vraag voor: “Welke hulp heb ik nodig en wat kan ik anderen bieden?”.
  • Maak gebruik van partijen die al ervaring hebben met het oprichten van burgerinitiatieven.
  • Neem ruimte voor gezamenlijke evaluatie. Voer gezamenlijke het gesprek en reflecteer vanuit ieders belevingswereld. Leer van andere initiatieven en initiatiefnemers.

Aan de gemeente:

  • Zorg dat de menselijke maat consequent prevaleert boven bureaucratische en administratieve procedures en systemen. Zorg voor korte lijnen, nabijheid en persoonlijke relaties.
  • Luister goed en leer de mensen kennen. Doorgronden wat initiatiefnemers beweegt en wat zij nodig hebben.
  • De gemeente moet in staat zijn om snel aan te sluiten op initiatieven en het eigen aandeel in een initiatief waar te maken. Dat vraagt ook om het vormen van teams dwars door organisatiegrenzen heen, zowel binnen de gemeente als daarbuiten.
  • Zoek regelmatig met initiatiefnemers de creatieve ruimte om gesprekken te voeren. In de aanloopfase: hoe kunnen we elkaar versterken, wat kunnen we samen realiseren, wie doet wat of wie kan wat doen? Tussentijds en na afloop samen evalueren en leren: zijn we op de goede weg? Doen we de goede dingen? Doen we de dingen goed?
Voorbeeld: Stichting Voorschot (gemeente Voorschoten)

Initiatiefnemers zijn zelf zeer actief in het betrekken van allerlei coproducenten waaronder de gemeente, de woningcorporatie, zorginstellingen, vrijwilligers, tuiniers en fondsen. “Dat vraagt ook een beetje lef!” (initiatiefnemer). Initiatiefnemers hebben geïnvesteerd in een goede uitwerking van het plan op basis waarvan coproducenten konden aanhaken en voortbouwen. Zo heeft de gemeente een bijdrage geleverd door een locatie te vinden – in samenwerking met woningcorporatie. De woningcorporatie kan via het initiatief één van haar doelen realiseren, namelijk duurzaam bouwen. Daar wil de woningcorporatie aan bijdragen waardoor sprake is van een win-win situatie.

Voorbeeld: Langer Zelfstandig Leven (gemeente Oegstgeest)

Voor goede samenwerking met de gemeente ervaren initiatiefnemers dat professionalisering nodig is. Tegelijkertijd vraagt samenwerking over en weer om menselijke maat: ken elkaar goed, zowel de namen als de rugnummers; zorg voor korte lijnen; doe minder digitaal en meer via persoonlijk contact; hanteer een actieve en luisterende houding; maak het contact laagdrempelig.